Je bent niet lieflijk, je bent niet mooi, als je ogen leeg zijn en je botten steken uit. Je bent niet sterk, niet koud of onaantastbaar. Je bent niet breekbaar of kwetsbaar. Je wordt niet bewonderd om je verbleekte huid of je paarse handen.
Je danst niet in de regen, je flirt niet met de dood. Je bent niet idealistisch, eenvoudig en onschuldig omdat je weigert te eten. Jouw strijd is niet sprookjesachtig en je eenzaamheid is niet ongewoon. Je bent niet mysterieus als men je niet begrijpt.
Je bent niet vederlicht omdat je zakt in gewicht. Je bent niet fragiel, waardoor mensen voor je gaan zorgen. Je wordt niet gezien omdat je niet voor jezelf wilt zorgen. Je bent de gevouwen was, dat gekreukeld op de grond dondert. Niemand wilt het nog een keer opvouwen. Je bent de kruimels op de grond nadat er net stof gezogen is.
Je bent de afwas dat op het aanrecht staat te beschimmelen. De puinhoop dat liever niemand wilt zien. Je bent dat ene liedje, dat telkens maar hapert. De muziek dat niemand meer luisteren wilt.
Je bent de vogelpoep op een net gewassen auto. De regen waar iedereen voor gaat schuilen. Je bent een afgebrand huis, waar het stinkt naar ellende. Het geluid van nagels, schrapend over het schoolbord. Een geluid dat niemand verdragen kan.
Je bent de rode wijn, gevallen op het witte kleed. De uitgelopen mascara, dat iedereen probeert weg te poetsen. Je bent luid en heftig als hel, zelfs al zeg je niks. Je bent boos, maar te bang om op te staan. Je bent een luchtalarm dat schreeuwt om hulp. Je bent verdrietig maar houd je gordijnen dicht.
Je blijft liever in het donker, met alle deuren op slot. Je bent zielig, je bent niet aandoenlijk. Je bent de ruwe huid, pijnlijk rood en kapot geschuurd.
Kom eruit en ga naar buiten. Leef. Je bent niet mooi, je bent niet lieflijk als je leeft of streeft naar ondergewicht.
