We gaan een weekend weg…

We gaan een weekend weg, mij man, onze twee kinderen en ikzelf.
Een weekendje uitwaaien in Zeeland, zeg nou zelf, dat klinkt toch heerlijk?! Dat is precies waar ik aan denk, op het moment dat we besluiten om er lekker tussenuit te gaan.

Ik stuiter door het huis en zie mezelf met mijn haren in de wind langs het strand lopen. “We gaan naar het strand!”, roep ik enthousiast!
Dat enthousiasme zakt me totaal in de schoenen, de dagen voor vertrek. “We moeten het huis nog opruimen en ALLES poetsen!” roep ik tegen mijn man. “Het hele huis?”, vraagt hij.
Ik rol mijn ogen en begin als een malle alles te poetsen wat ik tegenkom. “Als alles opgeruimd en gepoetst is, dan heb ik overzicht!”, maak ik mezelf wijs. Binnen een uur ligt de inhoud van de kasten door de woonkamer “He? “ zegt mijn man, “we gingen toch opruimen?”.
Een uur later, terwijl de woonkamer er nog uitziet alsof mijn kasten gebraakt hebben, besef ik me dat onze tassen inpakken misschien een grotere prioriteit heeft. Terwijl ik de kledingkast inspecteer, zie ik een stofwolkje onder mijn bed naar mij zwaaien. En ik besluit de stofzuiger er bij te pakken. Om die ingestoken naast mijn bed te zetten en gestoord te worden door de openstaande kast. Kleren! Ik kwam voor kleren!

We gaan drie nachten weg, twee nachten. “Dan heb je niet veel nodig” stel ik mezelf hardop gerust. Ik start met mijn eigen tas. Ik pak drie lange broeken in, vijf shirts, drie vesten, vijf paar sokken, een berg ondergoed, twee onesies, drie korte broeken en drie topjes. “Ik vergeet vast iets”, mompel ik tegen mezelf. Ik zie in mijn kast een paar sokken voor de winter. Die moeten ook echt mee! Ik zie mezelf doodvriezen in Zeeland, hoewel de weersvoorspelling 24 graden is. Je weet maar nooit, misschien valt het weer wat minder warm uit.

Het lukt me nog net om mezelf ervan te overtuigen dat ik echt maar één paar schoenen en een paar slippers nodig heb. Hoewel mijn twijfel blijft porren en roept: “maar stel je voor ze worden nat bij de zee”.
Wat vergeet ik nou? Ik haal alles weer uit de tas en besluit een lijstje te maken. Tussendoor blijven er spullen in me op komen die ik misschien nodig heb. Je weet nooit in welke situatie je komt en mijn hoofd wilt alles even doornemen. Ik krijg mijn eigen gedachten niet bijgehouden en elke keer als ik iets bedenk wat ik moet meenemen, wordt het voordat ik het kan pakken verstoord door een nieuwe gedachten.
Ik stap over de stofzuiger heen en zoek tussen de wrakstukken in de woonkamer naar papier.

Tussen de onzinnige, inrelevante, opkomende gedachtens, probeer ik te zoeken naar een brein dat helder kan denken. Het zit er echt wel, alleen zit er zoveel ruis doorheen. Ik geef alles wat ik heb om een lijstje op te stellen, bekijk het lijstje en de woorden tollen voor mijn hoofd. Ik probeer het overzichtelijker op te schrijven, maar nog steeds krijg ik het niet voor elkaar om gestructureerd het lijstje af te werken.
Ondertussen zie ik dat mijn man twee shirts, een broek, wat ondergoed en een vest in pakt, zijn tas dicht ritst en “klaar” roept.

Als de uitgestalde kleren in de tas zitten, zie ik dat mijn favo shirtje nog niet afgestreept is. natuurlijk niet, want die hangt nog op de lijn. Error, error, roept mijn hoofd. Ik haal alles weer uit de tas, maar mijn hoofd blijft op error staan. Ik staar naar de berg kleren en zie de shirts, broeken, vesten als een grote berg. Het is één geheel geworden en ik kan het niet meer van elkaar onderscheiden.

“Het lukt niet”, zeg ik sip tegen mijn man. “Het komt wel goed”, probeert hij te sussen. Ik ben moe, mijn concentratie is nihil en meer dan even uit de situatie stappen, kan ik nu niet. Ik pleur alles in de tas, maak een prop van het lijstje en accepteer dat ik een koffer en nog wat tassen moet gaan regelen. Dan maar alles mee, besluit ik. Alles wat ik kan bedenken gaat mee, alles wat me enigszins handig lijkt. Als ik aan het einde van de dag in een ongepoetst huis sta, maar wel met bagage waarmee ik in het wild een maand kan overleven, sta ik trots te kijken naar de berg met tassen. Het is gelukt! Mijn man zucht en herinnert me eraan dat we een kleine auto hebben. En dat we twee nachten weg gaan.

“Waarom heb je een een ehbo koffer samengesteld?” “Waarom denk je dat we voor iedereen twee regenjassen nodig hebben?” “Waarom heb je wc-papier, chloor, twee bussen zonnebrandcrème en een sjaal ingepakt?” “Ik wil er niet over praten!”, zeg ik terwijl ik stampvoetend de keuken in loop. “Ik krijg het er wel in”, hoor ik mijn lieve man dan zeggen. “Ik duw wel net zo lang totdat het past”

Ik besluit voor de volgende keer de voorbereidingen beter te organiseren, als ik het tenminste niet vergeet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *