Afgelopen week schreef ik dit gedicht, dat gaat over waar ik vandaan kom en waar ik nu sta. Ik ben enorm dankbaar dat ik dit kan schrijven, dat ik durf te zeggen dat ik begin te geloven in mezelf. Dat ik durf te zeggen dat het steeds meer lijkt of ik mijn strijd steeds meer aan het overwinnen ben. Dat ik vertrouwen heb in mezelf en in wie ik ga worden.

Echter, het gaat niet zonder vallen en opstaan. De afgelopen maanden heb ik keihard aan mezelf gewerkt en aan mijn gedachten rondom eten. Ik sta niet meer op de weegschaal. Bewust niet. Noem het zelf bescherming of vermijding, mij om het even.
Toch ben ik, denk ik, ongeveer een kilo of twaalf aangekomen op eigen kracht (en ondersteuning van mijn lief, vrienden & familie). Eet ik eigenlijk waar ik zin in heb en als dit allemaal een in beetje balans gebeurd, dan voel ik me niet eens heel erg schuldig.
Ik ga dus de goede kant op! Alleen ik weet ook, dat ik mij heel bewust moet zijn, van mijn gedrag en gedachten. Dat een terugval nog heel makkelijk kan gebeuren, want er is nog elke dag dat stemmetje. Eet vandaag maar minder, Ing. Je eet nu zo goed, een dagje compenseren om te zorgen dat je niet enorm dik wordt, mag best. Alleen het zijn leugens die mijn hoofd, aan mij verteld. Het blijft namelijk niet bij een dagje en ik mag wel eten. Ik hoef niet te compenseren, want ik ben niet dik. Ik ben niet teveel. Ik mag er zijn. Zoals ik ben.
Nu is het zo, dat er broeken in mijn kast liggen, die ik graag draag, maar die eigenlijk te strak beginnen te zitten. Wat vervelend is, want het knelt en het laat striemen achter. De eetstoornis zoekt daar weer ruimte om mij op het verkeerde been te zetten, om mij te verleiden om weer af te gaan vallen. Alleen zoals manlief zegt, als je broeken te klein worden moet je niet minder gaan eten, maar grotere broeken kopen. Tsja, zo is het natuurlijk ook.
Het gaat goed, maar het is nog steeds een gevecht. Toch ben ik enorm trots op mezelf en doe ik er alles aan, om eten niet meer prioriteit nummer 1 te laten zijn in mijn leven.
Liefs, Ingrid.
